PC Blog

Stadslandbouw, Stadstuinbouw, Stadsmoestuinen

Stadslandbouw, Stadstuinbouw en Stadsmoestuinen

Na ruim 7 jaar de ontwikkelingen rond lokaal voedsel in Den Haag gevolgd te hebben en de acceptatie ervan te hebben zien groeien van "Joh, ga weg!" naar "leuk, interessant, belangrijk", heb ik nu het gevoel dat we een wat duidelijker beeld moeten zie te krijgen van waar we het nu feitelijk over hebben. En een aantal zaken duidelijker gaan definiëren.
De urgentie ervan wordt me ingegeven door de ontwikkelingen rondom de wereld voedselsituatie, waar het verdwijnen van steeds meer vruchtbare bodem als gevolg van slecht gebruik, verstedelijking en weersinvloeden, een rol speelt, naast de schaarste aan (betaalbare) grondstoffen voor bemesting, bestrijdingsmiddelen en energie voor transport en bewerking. Ook politieke en sociale instabiliteit heeft invloed op de wereldwijde beschikbaarheid van voedsel. En misschien is het wel tijd dat in Afrika, Azië, Zuid-Amerika verbouwd gaat worden voor eigen bevolking en dat wij dat hier voor ons zelf gaan doen.
Hoe het ook zij, wat er allemaal tegelijk speelt en of daar door politiek, wetenschap en industrie een tijdig en adequaat antwoord op wordt gegeven.. , duidelijk is dat we een en ander nú moeten organiseren. Dan helpt als we enigermate, ik bedoel eigenlijk in voldoende mate, weten waar we het over hebben.
In een bijeenkomst kort geleden van Duurzaam Den Haag werd er gesproken over de Haagse Stadslandbouw en werd er trots gemeld dat er wel 130 bestaande en geplande projecten en projectjes zijn. In werkelijkheid zijn het er maar een paar. De meeste projecten betreffen stadsmoestuinen, een enkele stadstuinbouw en ik hoop ook nog eens wat stadslandbouw aan te treffen, maar dat zal wel buiten de stadsgrenzen blijken te zijn.
Stadstuinbouw en Stadslandbouw zullen in de nabije toekomst uiterst belangrijk blijken te zijn. We zullen daar op korter termijn een duidelijke, daadkrachtige aanpak voor moeten ontwikkelen. Daar heeft ondernemerschap en diverse overheden een rol in te spelen.
Stadsmoestuinen zijn van niet minder belang maar wel van een andere aard. Daar waar Stadslandbouw en Stadstuinbouw zich (te) langzaam zullen ontwikkelen, kunnen Stadsmoestuinen snel, flexibel, spontaan, experimenteel de niches in de stad claimen en opvullen. Deze ontwikkeling zal van groot belang zijn en ook de Stadsland- en tuinbouw beïnvloeden en stimuleren, maar het is een verhaal op zich zelf met eigen kansen en omstandigheden.

Het is misschien tijd om een en ander te definiëren.

Stadslandbouw

Landbouw om de stad voor de stad. Voor Den Haag is het moeilijk aan te geven hoe groot het gebied is dat we nodig hebben, te meer ook omdat we onze ommelanden met Leiden, Delft en Rotterdam delen.
Welke producten uit deze landbouw moeten (kunnen) komen is sterk afhankelijk van wat de bodem toestaat aan de ene kant en onze voedingspatronen en -gewoonten aan de ander kant. Waarschijnlijk moet ons dieet de nodige aanpassingen ondergaan. Veeteelt zal hier ook een plaats in hebben, maar zal vanwege de imput/output verhoudingen slechts op kleine schaal plaats kunnen vinden. Gezien de beperkte ruimte rondom Den Haag is een bijzondere aanpak nodig, die zowel de vruchtbaarheid van de bodem als de productiviteit bevordert.
De meeste stadslandbouw zal een bedrijfsmatige aanpak kennen.

Stadstuinbouw

Tuinbouw in en om de stad voor de stad. We zullen allerlei gebieden in de stad vinden moeten vinden waar dit mogelijk gemaakt kan worden. Onze kijk op openbaar groen, recreatie, natuur en andere vormen van grondgebruik zullen we drastisch moeten aanpakken, maar al met al kan dat een enorme verbetering betekenen.
De producten zullen bestaan uit een grote diversiteit aan één- en meerjarige groenten, kruiden, fruit en noten.
Ze zullen via korte lijnen bij de bevolking terecht moeten komen en zoveel mogelijk van de resten moet terug als compost op het land.
Stadstuinbouwprojecten lenen zich ook prima voor een bedrijfsmatige aanpak waarin ook burgerparticipatie een plek heeft.

Stadsmoestuinen

Dat zijn alle moestuinen, volkstuinen, balkons, buurt- en gemeenschapstuinen die op voedselproductie gericht zijn. Dat kan voor eigen gebruik zijn maar ook voor verdere verspreiding (structureel of incidenteel) onder medeburgers. Stadsmoestuinen bevinden zich over het algemeen op particulier grond, op gemeenschapsgrond (al of niet openbaar groen), of zijn in het bezit van projectontwikkelaars, woningcoöperaties e.d..
Een bijzondere vorm van Stadsmoestuinen zijn de stukjes grond bij bedrijven, die door medewerkers bv voor de kantine bewerkt kunnen worden.

Waarom is dit onderscheid nu belangrijk?
Als we op enig moment voor onze voedselvoorziening voor een groot deel aangewezen zijn op eigen regio, dan moet er nog heel wat veranderen voordat dat ook echt kan. Allerlei organisaties en burgerinitiatieven -ook de Gemeente- richten zich op lokaal voedsel en spreken over Stadslandbouw, maar hebben het over Stadsmoestuinen. Willen stadslandbouw en stadstuinbouw een kans maken dan zullen ze vanuit eigen identiteit een eigen ontwikkelgang moeten kunnen maken met een eigen platform om dat te dragen.
Een aantal organisaties voor wie lokaal voedsel een thema is brengen dat als 'Stadslandbouw' naar buiten, maar hebben het in de praktijk over Stadsmoestuinen en soms een beetje over Stadtuinbouw. Dat zijn onder meer het Haags Milieucentrum en Duurzaam Den Haag. Eetbaar Den Haag is iets genuanceerder in haar presentatie, maar kent wel een Dag van de Stadslandbouw, die vooral over Stadsmoestuinen gaat. Hopelijk wordt dat binnenkort wat aangepast.
De meeste ontwikkeling vindt op dit moment plaats bij de stadsmoestuinen. Daar tref je veel enthousiasme, inventiviteit en betrokkenheid aan, die uitmondt in talloze leuke en nuttig projecten. Dat verhult enigermate dat het met Stadslandbouw en Stadstuinbouw nog helemaal niet zo goed gaat. Zeker als we naar de duurzaamheidsaspecten van de plannen en initiatieven daar kijken, valt daar nog een heleboel te doen.
Als je een beetje scherp kijkt naar de de stadslandbouwpagina op de website van de Gemeente kijkt, merk je dat het voor de Gemeente allemaal nog heel pril is en dat nog de nodige kennis en inzicht verworven kan worden. De foto van voedsel gekweekt in een kantoorpand en daarnaast de opmerking "kinderen leren waar voedsel vandaan komt", bevestigt wat deze al dachten te weten: 'uit de fabriek'.

Als we kijken naar de urgentie voor ons voedsel van dichtbij en duurzaam dan zou nu al het beleid van de Gemeente moeten zijn: "Er wordt geen enkel stukje grond, dat vruchtbaar is of vruchtbaar gemaakt kan worden, nog voor bebouwing, straat, parkeer- of industrieterrein gebruikt." Dit thema wordt in het volgend artikel uitgewerkt.

16 oktober 2014
Menno Swaak